Veerkrachtige eend 70 jaar jong

Donald viert dit jaar zijn zeventigste verjaardag als populairste eend ter wereld. Sinds zijn geboorte geen dag ouder geworden, heeft hij al die jaren niets geleerd van zijn gestuntel. Gelukkig maar.

Donald 70 jaar

Hoe is die vele generaties overspannende populariteit te verklaren? In de publicatie bij de tentoonstelling ’Donald Duck 70 jaar jong’ in het Cobra Museum vermoedt directeur John Vrieze een psychologische oorzaak. Hij ziet Donald als de personificatie van de jonge volwassene, die met al zijn onzekerheden en frustraties erkenning en respect wil afdwingen temidden van de eindeloze obstakels van het leven.

Donald belichaamt zowel kwetsbaarheid als veerkracht en oefent volgens Vrieze een soortgelijke aantrekkingskracht uit als de dieren in de Fabels van La Fontaine. Dat maakt hem ook voor volwassenen sympathiek.
Donald Duck-hoofdredacteur Thom Roep blikt in de publicatie terug op de opmars van ’het vrolijke weekblad’ dat op 25 oktober 1952 voor het eerst in Nederland verscheen. De bladenmakers van de Geïllustreerde Pers besloten de eerste aflevering van Donald Duck gratis mee te sturen met de Margriet, het damesblad dat in die jaren wekelijks bij maar liefst 2,5 miljoen huishoudens op de mat viel. Roep typeert dat niet voor niets als ’een geniale marketingtruc’: het succes was ongekend.

Opvoedkundig

„Jullie krijgen voortaan net als de jeugd van Amerika en Engeland, Frankrijk en vele andere landen een eigen Walt Disney-krant! Ook jullie zullen dus elke week opnieuw kunnen genieten van de avonturen van „Donald Duck“ en zijn 3 neefjes, van de kleine wolf en zijn luie vader, van de slimme Mickey Mouse van Pinocchio en zovele andere helden uit de films die ik voor de jongens en meisjes van de hele wereld teken“, introduceerde Walt Disney zichzelf in het voorwoord.

Om vader en moeder van de noodzaak van een abonnement te overtuigen, liet hij Donald zélf verzekeren ’dat overal ter wereld onderwijzers en peadagogen van mening zijn dat dit in elk opzicht lectuur is die men verantwoord in handen van kinderen kan geven’. Donald zelf hoopte in het eerste nummer vergeefs op een vetleren medaille als heldhaftig lid van de vrijwillige brandweer, maar de ouders moesten vooral ook weten dat Disney voor zijn ’opvoedkundig werk’ in die jaren reeds van tal van regeringen hoge onderscheidingen had ontvangen.

Om de werving van abonnees te stimuleren, konden de lezertjes van het eerste nummer meedoen aan een prijsvraag.

Voor de winnaars werden duizend ’schitterende’ polshorloges ter waarde van 26,25 tot 38,60 gulden ter beschikking gesteld. „Duizend HORLOGES! Mijn neef is gek geworden!”, riep oom Dagobert bij verschijning van het 2500-ste nummer in 2000. Het contrast met de uitgeloofde prijzen in dat jubileumnummer is ondanks de toegenomen welvaart verbluffend.

De hoofdprijs was toen een multimedia-computer met uitgebreid software-pakket’ andere cadeaus varieerden van dvd- en cd-spelers tot camera’s en cadeaubonnen van 250 gulden.

Naast de marketing van het blad werd ook de verkoop van Donald Duck-producten een commerciële goudmijn. Het Cobra Museum kon moeiteloos een flink aantal vitrines vullen met chocola, blikken trommels, koffertjes, puzzels, plastic poppetjes, glazen, babybordjes, knuffels, horloges, boeken, enzovoort. Qua vormgeving dragen deze producten het charmante stempel van voorbije tijden.

Uit ’oude’ Ducks blijkt overigens dat de tekenaars actuele maatschappelijke en andere ontwikkelingen steeds alert in de gaten hielden en houden. Op de omslag van het nummer van 3 mei 1959 zitten de neefjes bijvoorbeeld gebiologeerd naar de televisie te kijken. Oom Donald staat er kolkend van woede druipend voor: hij is uit bad geklommen omdat hij dacht dat de telefoon die op het scherm rinkelde de échte was. En een paar jaar geleden las hij ’De ontdekking van de Zemel’ van Harry Muesli.

Dat Donald Duck zo populair kon worden en blijven, vindt misschien wel zijn voornaamste oorzaak in de tijdloze humor in een veilige wereld waarin nooit iets verandert.

Roep wijst er in zijn historische terugblik op dat Donald’s baantjes altijd mislukken maar dat hij desondanks met zijn neefjes altijd in welstand is blijven leven in een fraai huis met een ruime tuin, een auto heeft en met vakantie gaat. Ook die auto maakt deel uit van de expositie: Donald bouwde zijn ’Duckatti’ zelf met onderdelen van verschillende automerken. Het nummerbord is niet geheel toevallig 313, wat staat voor 3 keer 13, dus drie keer ongeluk.

Carl Barks (1901-2000) maakte van 1942 tot 1966 deel uit van de anonieme groep van honderden Disney-tekenaars die een bijdrage leverden aan de stripverhalen-productie. Hij trad na zijn pensioen uit de schaduw als bedenker van Duckstad en ontwerper van oom Dagobert, Guus Geluk, Willie Wortel, Lampje en de Zware Jongens.

Expositie

Op deze expositie krijgt hij een postuum eerbetoon met een aantal fraaie op Donald Duck geïnspireerde litho’s. Voor dat ’vrije’ werk van later datum moet de bezoeker naar de eerste verdieping van het museum.

Daar is ook de prachtige expositie ’Bezielde dieren’ met werk van bekende hedendaagse beeldende kunstenaars als Merijn Bolink, Stephan Balkenhol en Jos Kruit ingericht. De eend Donald is weliswaar de held der bezielde dieren, maar hij blijkt lang niet de enige.

Het Cobra Museum aan het Sandbergplein 1-3 in Amstelveen is open van di t/m zo van 11.00 tot 17.00 uur.
Donald Duck Donald Duck 70 jaar jong en Bezielde dieren T/m 29 aug Cobra Museum Amstelveen door Francoise Ledeboer

Bron: Brabants Dagblad - dinsdag 27 april 2004