Donald Duck snatert driftig door
Pino, Meneer de Uil en Calimero, allemaal hebben ze een trouwe schare fans. Maar geen enkele vogel heeft er zo veel als Donald Duck. De eend viert op 9 juni zijn zeventigste verjaardag. Het Cobra museum te Amstelveen heeft een expositie aan de vrolijke snater gewijd.”Mickey, Pluto en Goofy en de hele bende zijn altijd leuk geweest om mee te werken. Maar zoals zo veel grote families hebben wij ook een zwart schaap. Inderdaad, dat is Donald Duck.“
Woorden van Walt Disney tijdens een Amerikaanse televisieshow in 1956. Tot het einde van zijn leven in 1966 zou de grondlegger van het Disney-concern zich regelmatig negatief uitlaten over een van zijn succesvolste creaties.
Over het algemeen wordt aangenomen dat Donald voor het eerst verscheen in 1934 in de korte tekenfilm The Wise Little Hen. Drie jaar daarvoor echter kwam hij al voor in de strip The adventure of Mickey Mouse. ‘Dit verhaal’, zo luidde de tekst aan het begin van het verhaal, ‘gaat over Mickey Mouse, die in een knus nestje woont onder de vloer van een oude schuur… Mickey heeft veel vrienden in de oude schuur: Henry het Paard, Carolien Koe, Patricia Varken en Donald Duck.’
Populariteit
Als in 1934 The Wise Little Hen uitkomt, is het een groot succes bij het publiek. De populariteit van de eend is mede te danken aan het karakteristieke nasale snatergeluid dat Donald maakt. Verantwoordelijk hiervoor is radiomedewerker Clarence Nash, een door Disney zelf ontdekte stem-imitator.
In zijn eerste film lijkt Donald nog op een echte eend. Omdat eenden bij water horen, krijgt hij een matrozenpak en dient een woonboot als behuizing.
Donald werd ontworpen en getekend door Art Babbit en Duck Huemer. In The Wise Little Hen wordt al meteen duidelijk dat Donald niet het sympathiekste lid van de Disneyfamilie is. De hen uit de film vraagt de andere dieren om te helpen met het oogsten van haar maïs. Bij het horen van de vraag krijgt Donald spontaan buikpijn. „Wie, ik? Oh, nee! Ik heb buikpijn! Kwak! Kwak!“, reageert de egoïstische eend.
Aan het einde van de film, wanneer het eten op tafel staat, heeft Donald nergens meer last van.
Het lijkt alsof Donald de rest van zijn leven moet boeten voor zijn egoïstische daad. In veel avonturen zit het de eend niet mee. Vaak is dat aan hemzelf te danken. Hij is een driftige, slecht gemanierde stuntelaar die regelmatig uitbarst in een onbezonnen woedeaanval. De eend draait zelfs zijn veren er niet voor om de spaarvarkens van de neefjes te breken als hij geld nodig heeft. Toch zet Donald, die het altijd goed bedoelt, zijn ondernemingen met een grenzeloos optimisme voort.
„Ik haat die eend“, vloekte Disney regelmatig. Zelf was de grote baas fan van Mickey Mouse. Logisch. De brave, politiek correcte muis creëerde hij namelijk naar zijn eigen (conservatieve) waarden en normen. Het karakter van de eend heeft alles weg van zijn tirannieke vader Elias. Extra zuur dus als tijdens een reis door Europa de Italiaanse dictator Benito Mussolini aan Disney toevertrouwt een grote fan van Donald te zijn.
In 1943 raakt Donald betrokken bij de Tweede Wereldoorlog. De identificatie van het Amerikaanse volk met de eend zet de vaderlandslievende Disney ertoe aan zijn diensten aan te bieden aan de overheid. In een korte film moedigt Donald het publiek aan meer inkomstenbelasting ten bate van de oorlog te betalen. Het werkt: een opiniepeiling wijst uit dat het effect had op 37 procent van de belastingbetalers. Uit dat jaar stamt ook de propagandafilm Der Fuehrer’s Face waarin Donald droomt over de dreiging van Nazi-Duitsland. Het filmpje wordt beloond met een Oscar-nominatie.
De carrière van Donald krijgt in 1945 een flinke knauw met de controversiële film The Three Caballeros. Het is voor het eerst dat een Disney-productie zich in Zuid-Amerika afspeelt. Samen met zijn Zuid-Amerikaanse vrienden Joe Carioca, een Braziliaanse papegaai, en de Mexicaanse haan Panchito vormt hij de Three Caballeros uit de titel. Het drietal maakt een reis door Zuid-Amerika. Het geile gedrag van Donald Duck tegenover de vele Spaanse señorita’s is het publiek een doorn in het oog. Vreemd genoeg krijgt de film wel twee Oscar-nominaties.
In de jaren ‘50 gaat het steeds slechter met de filmcarrière van Donald. Theaters gaan twee films achter elkaar vertonen in plaats van een korte voorfilm en dan de hoofdfilm. De productie van korte films wordt te duur, en de opkomst van de televisie zorgt voor een afname in het bioscoopbezoek. Vervolgens verschijnen Donalds avonturen alleen nog maar in stripvorm.
Sinds 1942 is Carl Barks de vaste tekenaar van Donald. Hij neemt het stokje over van Al Taliaferro. In 1940 verschijnt het eerste stripblad Walt Disney Comics and Stories. In plaats van opvolgende verhalen in de krant wordt gekozen voor een ander concept: verhalen met een kop en een staart. Hooguit acht plaatjes op een pagina. Deze opzet vormt de basis van het ‘vrolijke weekblad’ dat nog steeds bij duizenden door de bus glijdt.
Moraliserend
Ook verschijnen er vanaf 1948 met enige regelmaat complete albums van de hand van Barks. Inhoudelijk is de invloed van Disney goed zichtbaar. De scherpe kantjes van Donalds gedrag verdwijnen. Daarnaast hebben de verhalen een sterk moraliserend karakter. Donald die goud gaat delven in Alaska waarmee hij het goede voorbeeld geeft voor de wederopbouw in het naoorlogse Amerika. Nooit te beroerd om werk aan te pakken, beoefent Donald de meest uiteenlopende beroepen. Van crooner tot kruidenier. Het is geen verrassing dat Disney’s vader een man van twaalf ambachten en dertien ongelukken was.
Gestaag bouwt Barks aan de uitbreiding van Donalds wereld. Hij introduceert uncle Scrooge (oom Dagobert), Gyro Gearloose (Willie Wortel), The Beagle Boys (De Zware Jongens). Hij verzint een universum compleet met geldpakhuizen, verenigingen (de jonge woudlopers), boze buren (Bolderbast) en omringende dorpen (Gansdorp). In de loop der jaren verschuift ook de humor in de strip van visueel naar tekstueel.
Steeds vaker gaan de schrijvers aan de slag met woordspelingen in plaats van het tekenen van cartooneske situaties - denk aan de heer B. Ton van metselaarsbedrijf C. Ment en zonen.
Het blad is een constant succes. De opzet is in vijftig jaar nauwelijks gewijzigd. Ondanks zijn zeventig jaar ervaring is Donald Duck nog steeds in staat om iedere week alles in de soep te laten lopen en zich daarover te verwonderen.
Barks vat het wezen Donald als volgt samen: „Donald bezit alle negatieve eigenschappen die we graag bij een ander herkennen, maar die we uiteraard niet bij onszelf willen zien.“
Bron: BN/DeStem - zaterdag 24 april 2004